Ik keek er al maanden naar uit, naar die droom-affiche. Drie van mijn muzikale helden, netjes verspreid over drie pukkelpopdagen, daar moest en zou ik bij zijn. Uiteindelijk heb ik geen van de drie gezien, en al te erg vind ik dat niet eens. Eens er doden vallen, wordt alles zeer relatief.
Al van dagen op voorhand was geweten dat donderdagavond onweerachtig zou zijn. Ik heb inmiddels al wel wat festivalregens meegemaakt, dus ik dacht dat het deze keer ook wel zou lukken. Ik had reservekledij voorzien, tot zelfs een extra paar schoenen, maar een poncho had ik nog niet. Pas op het allerlaatste moment, toen ik eigenlijk al onderweg moest zijn naar mijn werk, kon ik er nog ergens eentje kopen. ‘Zo, nu ben ik voorzien voor pukkelpop 2011′, dacht ik.
Ik moest ‘s woensdags nog tot middernacht werken, maar ik zou daarna, zoals ik dat bij Rock Werchter ook had gedaan, direct doorrijden naar het festivalterrein. Ik moest nog wat gezelschap oppikken aan Brussel Noord, en rond een uur’s nachts konden we daar met een bomvolle auto vertrekken. Rond drie uur ‘s nachts kwamen we aan op een van de parkings, na een veel te lange rit richting Kiewit – ik reed compleet verloren bij het verlaten van Brussel.
De eerste wandeling richting camping bestaat naar goede gewoonte uit het meezeulen van de tent. ‘De rest, daar komen we later nog wel eens om’, ondertussen toch voldoende gerief meenemende, zodat die later nog wel eens kan beperkt worden tot één wandeling. Geen overbodige luxe, dat beperken tot één wandeling, want we installeerden onze tenten uiteindelijk helemaal achteraan op de camping. Wie een degelijke campingplaats wil hebben, moet vroeg, of laat komen, maar niet tussenin, zoals wij, midden in de nacht, want dan ben je eraan voor de moeite. Al bij al viel onze plaats toch nog mee, want we stonden een eindje verwijderd van lawaaierige buren en vervelende lichtspots.
Rond vijf uur ‘s nachts stonden de tenten recht en was het tijd voor enkele uren slaap. Door luid overleggend securitypersoneel, waren die paar uurtjes nachtrust echter niet al te diep. Rond elf uur ‘s voormiddags stonden we dan maar weer op, tijd voor die tweede wandeling heen en terug naar de auto. Het was warm en zonnig en zweetdruppels volgden elkaar in ijltempo op. Iets voorbij het middaguur was alles en iedereen aanwezig in ons tentencirkeltje. Een stevige spaghetti als middagmaal, en dan naar de weide. Ik stak mijn poncho in een van mijn broekzakken, want die avond zou het gaan regenen.
Omdat er geen al te grote interesse was in de spelende groepen, bestonden de eerste uurtjes op de festivalweide uit verkennende wandelingetjes en vanuit de verte enkele liedjes van diverse groepen meepikken. Ik liet me met plezier natspuiten door talrijke waterpistooltjes en was maar wat blij toen compagnon Jannes zijn gewonnen Win For Life-petje aanbood. De wens naar een verfrissende bui was niet veraf.
De drie laatste groepen op Main Stage waren onze favorieten. Omdat Skunk Anansie altijd een spektakel is, zakten we al voor haar optreden af naar het podium. De groep voor Skin en de haren was zelfs nog bezig, maar dat wist ons niet te boeien, zo bewees een stevige dut.
Lui en languit op de grond lagen we te wachten tot Skunk Anansie zou beginnen. Hoe zouden we de rest van de avond aanpakken? Tijdens of na Skunk Anansie een frietje eten en dan stilaan naar voor, om zeker bij de Foo Fighters helemaal vooraan te staan? Het was tenslotte van januari 2006 geleden dat ze nog in’t land waren, en de mensen kennen mij – en compagnon Jannes – niet voor niks als superfan(s). Ergens tussendoor wou ik ook nog een sanitaire stop ingelasten, want ik ben niet iemand die het met een volle blaas uren in een mensenmassa uithoudt.
Skunk Anansie begon te spelen, en omdat het stevig bleek te rocken, veerden Jannes en ik recht. Pukkelpop 2011 was bij deze voor ons pas echt van start gegaan. Nu nog dat beloofde onweer doorstaan en dan wachten op de headliner. Op de smartphone keken we naar de buienradar, maar daarop bleek de neerslag boven ons land reuze mee te vallen.
Na enkele liedjes begon de luchtkleur in de verte te veranderen. Onheilspellende donkerte. ‘Daar is het onweer’, begonnen we alvast te zuchten. Gelukkig hadden we onze regenbescherming bij. We keken nog eens op de buienradar, en daarop zagen we inderdaad enkele buiten. ‘Enkele stevige buien en hopelijk droog tegen het begin van de Foo Fighters’, kruisten we onze vingers.
Naarmate het concert vorderde, werd de onweerslucht donkerder, dreigender en leek het onheil steeds minder veraf. We (rode bol) bevonden ons op de weide voor de Main Stage, ergens halverwege tussen de bomenrij en de ijzeren dranghekken (rode lijn) die het publiek middendoor deelden. Rechts van ons was de lucht groengrijs, achter ons donkerblauw.

De eerste druppels vielen omstreeks 18 uur op de weide. Rap de poncho aan en even de buien doorstaan. Veel regenen deed het echter niet. De lucht was donker, het bliksemde in de nabijheid, maar de neerslag bleef grotendeels uit. Na enkele minuten werd het zelfs even opnieuw volledig droog. ‘Was dat het dan?’ Ik vond het zelfs even niet meer nodig om mijn poncho aan te houden.
De droogtevreugde was echter van korte duur. Nauwelijks enkele minuten later begon het opnieuw te regenen. ‘En nu serieus’, moet men daarboven gedacht hebben. De sluizen gingen volledig open en de poncho kon niet rap genoeg rond mij zitten.
Jannes en ik stonden nog steeds halverwege tussen de bomen en de dranghekken. Het goot liters, en we vroegen ons af of we niet moesten gaan schuilen. Dat deden we echter niet, want we waren voorzien van regenkledij, en dat kon niet van iedereen gezegd worden – de schuilplaatsen waren voor hen.
In een eerste fase was het balen. We stonden daar maar wat te staan in de gietende regen, voelende hoe onze schoenen en onderbenen in een mum van tijd doorweekt geraakten. ‘Dat het maar vlug voorbij is’, klaagden we.
In een tweede fase volgde gelatenheid. Lijdzaam ondergingen we ons nat lot. ‘Zie ons hier nu staan! Twee verzopen soepkiekens bijeen!’, en we lachten wat met elkaar. Omstaanders leek het ook niet al te veel te deren. Sommigen dansten nog net zo hard, of zelfs harder, op de muziek die Skunk Anansie, zelf heel wat podiumnattigheid trotserende, bleef spelen. Voor steeds meer mensen bleek het echter onaangenaam te worden, dus steeds meer mensen gingen op zoek naar schulplaats.
Na enkele minuten brak fase drie echter aan, en dat was een fase van paniek en akeligheid. Het begon ineens heel hard te waaien, en we voelden vanalles op onze ruggen neerkletteren. Als we achter ons keken, zagen we dat uit de bomenrij achter ons heel wat fijne en minder fijne takjes aan het loskomen waren, die vervolgens op de mensenzee geblazen werden. De hele omgeving was donkergroengrijs geworden en het begon harder en harder te regenen.
Jannes en ik keken nog enkele keren naar elkaar en begrepen van elkaar al snel dat geen van beiden wist wat ‘ie moest doen. Het begon steeds harder te waaien en de loskomende takken werden steeds groter.
Ineens voelden we een heel ander soort getik op ons lichaam: het begon te hagelen. Hagelbollen ter grootte van een knikker werden met de nog steeds briesende windvlagen over het publiek gestrooid. Op dat moment kwam een oerinstinct naar boven. Het werd ieder voor zich.
Ik vluchtte voorwaarts, weg voor de neerkomende takken, inmiddels met mijn voeten tot aan de enkels in het water. Jannes zag ik nergens meer, en achterom kijken om hem te zoeken, was onmogelijk door takken en hagelbollen die kwamen aangevlogen.
Er stond ergens een tiental mensen opeengepakt onder een zeil. Me daar nog onder wurmen was onmogelijk, maar ik ging er zo dicht mogelijk naast staan, en hurkte neer, in de hoop op die manier toch een klein beetje beschut te zitten tegen de projectielen. Het hielp niet echt.
Het water bleef stijgen, dus ik liep nog enkele meters verder naar voor om op de stalen steunvoeten van de dranghekken te geraken. Ook daar hurkte ik mij neer, met mijn rug richting bomen en onheil. Ik probeerde mezelf zo klein mogelijk te maken, om zo weinig mogelijk oppervlakte te hebben waar takken en hagelbollen op zouden kunnen terechtkomen.

Minutenlang heb ik daar zo gezeten, midden in een ware apocalyps. Er zat niks anders op dan de pijn te doorstaan en te hopen dat de hagelbollen niet veel groter zou worden. Ik had mijn oordoppen nog in en ik leek wel in een kokon te zitten. Ieder voor zich en ik voor mezelf. Ik hoopte dat iedereen die ik er kende, ongedeerd was, maar besefte inmiddels maar al te goed dat er op dat moment slachtoffers vielen.
Na enkele minuten klaarde het op. De hagel was verdwenen, de wind ging liggen en het regende nog zachtjes na. Maar ook daar kwam spoedig een einde aan. Ik richtte me op en kon voor het eerst de schade opmeten. In de verte zag ik dat er een metershoge metalen stelling met een HUMO-vlag omvergewaaid. Bijna de hele weide stond onder minstens vijf centimeter water.

Ik keek rechts achter mij en zag dat de proximus-stand gedeeltelijk was bezweken onder een zware tak. Ik ging even kijken en zag dat er zich nog heel wat mensen ongedeerd in de stand bevonden. Ik ging er nog even vanuit dat de menselijke schade beperkt was gebleven.

Ik probeerde mensen te bereiken, maar dat was verre van vanzelfsprekend. Aan mijn compagnie liet ik weten dat ik oké was en ik vroeg hen naar een stand van zaken. Aan het thuisfront liet ik weten dat ik ongedeerd was, en dat men mij van nieuws op de hoogte mocht houden.
Ik zag dat er nog relatief weinig volk op de weide aanwezig was, en wou van die gelegenheid gebruik maken. Ik haastte me naar de toiletten en zou nadien zo dicht mogelijk voor het hoofdpodium gaan staan – de Foo Fighters zouden die avond immers nog spelen.
Aangekomen bij de toiletten, schrok ik van de schade. Er lag een halve boom dwars over de ingang van de toilettenhoek, en ik werd met mijn neus op de realiteit gedrukt. ‘Als hier iemand liep, heeft die het niet overleefd’, dacht ik, en van mijn relativering van enkele minuten eerder was geen spoor meer te bekennen. Op dat moment hoorde ik bovendien ook ‘uit de weg!’ schreeuwen, waarna er iemand door vier helpers per brancard het terrein uitgedragen werd.

Ik ging naar een toilet en rende daarna richting Main Stage, deels in ijdele hoop dat er nog iets te zien zou zijn, deels om mezelf geïnformeerd te krijgen. Ik stuurde al mijn kennissen een sms om te zeggen waar ik stond en stelde alle sms’ers gerust die me vroegen of ik ongedeerd was.
Ik was spoedig op de hoogte van de whereabouts van iedereen. Jannes zou me komen opzoeken, en slaagde daar iets later ook in, Remko was ongedeerd en stond bij een voedselkraam, en Tom en de zijnen gingen naar de camping om daar de schade op te meten.
Jannes en ik verbleven de komende uren op nog geen tien meter van het hoofdpodium, dichter dan we in goede omstandigheden wellicht ooit waren geraakt. Op officiële verklaringen was het heel lang wachten. Na zo’n anderhalf uur kwam Luc Janssen voor het eerst op het podium met een mededeling die ons eigenlijk niks wijzer maakte. Het thuisfront hield ons veel beter op de hoogte, al dat het met variërende informatie. Het drama was inmiddels op alle televisiezenders te zien.
De eerste berichten over doden kwamen toe. Alles werd relatief. We zouden topgroepen missen, maar we waren tenminste ongedeerd. Van de organisatie kregen we lange tijd niet meer dan een beker soep, al was dat natuurlijk welgekomen, nat en verkleumd zijnde.
Ergens tussendoor kreeg ik van Tom het veelzeggende bericht ‘we hebben geen tent meer’. Dat was slikken. Had ik nog wat waardevols in de tent liggen? Enkel mijn autosleutels, de rest had ik op zak. Toen me gemeld werd dat die teruggevonden waren, was ik gerustgesteld. Wat konden mij mijn luchtmatras, slaapzak en eetvoorraad nog schelen?
Na een eerste mededeling dat er misschien nog wat zou komen op het hoofdpodium, kwam de tweede mededeling: alles voor donderdag was afgelast. We konden aan onze toch richting camping beginnen. Het miezerde nog af en toe, maar veel deerde dat niet, aangezien we toch al tot onze enkels in het water en in de modder wegzonken.
Op onze aftocht aanschouwden we hallucinante taferelen. Bomen waren afgebroken, takken lagen overal, tenten waren ingestort, stellingen lagen omver, overal lag water en modder, enzovoort. Het was een inferno, en we mochten dankbaar zijn dat we ongedeerd waren, heel wat anderen hadden minder geluk gehad.


Na een lange en vermoeiende wandeling richting de tent, konden we inderdaad niks anders doen dan vaststellen dat die inderdaad naar de vaantjes was. Ter plaatse blijven was die nacht niet echt een optie meer. Het plan om de avond zelf nog naar Gent terug te keren, werd op dat moment definitief. Nog even in de ruïne duiken, op zoek naar gerief dat nog te recupereren was, en we konden opnieuw de tocht richting auto aanvatten.
Voor Jannes was het nog een tijd zoeken naar zijn jongere broer, maar ook die bleek oké. Tom was duidelijk aangeslagen, maar zou de nacht wel nog op de camping doorbrengen, in een tent van buren die naar huis waren gegaan. Ik ging er op dat moment nog van uit dat vrijdag en zaterdag nog wel zouden doorgaan, en overweegde dan ook om die dagen nog terug te keren. Maar op dat moment wou ik naar huis, even weg van alle miserie.
De wandeling naar de auto was lang, traag en moeizaam. Ik kocht mij onderweg nog een hamburger en propte die naar binnen. In de verte zag ik het opnieuw bliksemen en ik hoopte nog voor de tweede laag in mijn auto te zitten, maar dat lukte niet. De laatste honderden meters, in looppas, waren opnieuw in de gietende regen.
Iets voor een uur ‘s nachts zaten Jannes, zijn broer, een vriend en ikzelf eindelijk in de auto. De toch naar Gent kon eindelijk beginnen. Rond half drie kwam ik toe bij Julie, en zelden was het weerzien zo hartelijk. Ik kroop onder de lakens om uren nadien wakker te worden met een aantal sms’en die me informeerden dat het volledige festival afgelast was.
Wat een muzikale droom had moeten worden, is op een nachtmerrie uitgedraaid. ‘Chaos’, ‘paniek’ en ‘ramp’ zijn woorden die niet ten onrechte gebruikt werden in de media. Ik hoop dat ik zoiets nooit meer hoef mee te maken, want het was op bepaalde ogenblikken zeer eng.
Bij deze ook van mij via deze weg een steunbetuiging naar de slachtoffers.
Recente Reacties