Music, maestro!

15 05 2012

Er zit een muzikale periode aan te komen, en dat vind ik meer dan leuk. Eindelijk weer eens wat concertsfeer opsnuiven: meer dan welgekomen, want al een tijdje geleden.

Ik trap eind deze maand af, en wel met heel veel gitaargeweld. Op pinkstermaandag 28 mei zak ik af naar Werchter voor Werchter Boutique. In de eerste plaats ga ik er naar Metallica kijken – dat moet intussen de derde of vierde keer zijn, maar ik ben ook benieuwd naar heel wat van de andere namen op de affiche. Mastodon en Channel Zero zag ik al eens, maar Ghost, Gojira en Soundgarden zijn nobele onbekenden. Tot pinkstermaandag. En nadien hoop ik u er heel veel goeds over te kunnen vertellen. Als ik een kenner-collega over de groepen bezig hoor, zal het niet mankeren!

Nog geen maand later ga ik de groep zien die ik al het meest gemist heb en waar ik dus ik al het langst op wacht: The Offspring. Ik was nog geen concertganger toen ze in 2001 in België passeerden, maar ik had ze in 2004 en 2009 wel heel graag gezien. Jammergenoeg was ik toen geen al te goede student en werd ik telkens verhinderd door herexamens. 2011 ging mijn moment worden, maar we weten allemaal hoe dat afliep. Dan maar de Ignition-tour. Niet meteen mijn meest favoriete album, maar ze spelen wellicht nog wel een pak meer dan dat. Bovendien kan ik het echt niet maken om ze nog eens te missen.

Nog eens een maand later zal het er wat rustiger aan toe gaan. Op 6, 7 en 8 juli zal je me in Brugge vinden. Niet omwille van het plaatselijke taaltje, maar wel voor Cactusfestival. Ik hield er vorig jaar leuke herinneringen aan over, dus we doen het dit jaar gewoon nog eens over! Een festival waar ik voornamelijk voor de sfeer heen ga, maar naar optredens als dat van Razorlight, Trixie Whitley, Black Box Revelation en Aloe Blacc kijk ik toch wel uit.

Omdat ik precies elke maand mijn dosis muziek moet hebben, ga ik ten slotte ook in augustus de baan op. En wel voor drie dagen. En wel voor Pukkelpop. Eerlijk is eerlijk: ik ga eigenlijk maar voor één groep naar dit festival, en iedereen kan al wel raden welke groep. Maar gelukkig komen er ook nog heel wat andere namen die het z’n 159 euro waard maken. Niet dat Foo Fighters dat op zich al niet zijn, maar ge weet wel.

En dat is het voorlopig. Misschien komt er een maand na pukkelpop nog Danko Jones bij, maar voorlopig heb ik daar geen geld meer voor, en sir. Schmam moet me nog overtuigen dat het de moeite is.

Mmisschien ‘moet’ ik voor het werk ook ooit ergens heen. Naar een stevig jazz’ke, bijvoorbeeld, want dat ontbreekt nog op mijn lijstje. Jammer, want dat kan ik zeker ook wel smaken. Mijn naam staat alvast genoteerd bij de Chef Cultuur, maar die heeft meer vraag dan aanbod wat dat soort dingen betreft, dus dat wordt afwachten.





Pukkelpop 2011…

19 08 2011

Ik keek er al maanden naar uit, naar die droom-affiche. Drie van mijn muzikale helden, netjes verspreid over drie pukkelpopdagen, daar moest en zou ik bij zijn. Uiteindelijk heb ik geen van de drie gezien, en al te erg vind ik dat niet eens. Eens er doden vallen, wordt alles zeer relatief.

Al van dagen op voorhand was geweten dat donderdagavond onweerachtig zou zijn. Ik heb inmiddels al wel wat festivalregens meegemaakt, dus ik dacht dat het deze keer ook wel zou lukken. Ik had reservekledij voorzien, tot zelfs een extra paar schoenen, maar een poncho had ik nog niet. Pas op het allerlaatste moment, toen ik eigenlijk al onderweg moest zijn naar mijn werk, kon ik er nog ergens eentje kopen. ‘Zo, nu ben ik voorzien voor pukkelpop 2011′, dacht ik.

Ik moest ‘s woensdags nog tot middernacht werken, maar ik zou daarna, zoals ik dat bij Rock Werchter ook had gedaan, direct doorrijden naar het festivalterrein. Ik moest nog wat gezelschap oppikken aan Brussel Noord, en rond een uur’s nachts konden we daar met een bomvolle auto vertrekken. Rond drie uur ‘s nachts kwamen we aan op een van de parkings, na een veel te lange rit richting Kiewit – ik reed compleet verloren bij het verlaten van Brussel.

De eerste wandeling richting camping bestaat naar goede gewoonte uit het meezeulen van de tent. ‘De rest, daar komen we later nog wel eens om’, ondertussen toch voldoende gerief meenemende, zodat die later nog wel eens kan beperkt worden tot één wandeling. Geen overbodige luxe, dat beperken tot één wandeling, want we installeerden onze tenten uiteindelijk helemaal achteraan op de camping. Wie een degelijke campingplaats wil hebben, moet vroeg, of laat komen, maar niet tussenin, zoals wij, midden in de nacht, want dan ben je eraan voor de moeite. Al bij al viel onze plaats toch nog mee, want we stonden een eindje verwijderd van lawaaierige buren en vervelende lichtspots.

Rond vijf uur ‘s nachts stonden de tenten recht en was het tijd voor enkele uren slaap. Door luid overleggend securitypersoneel, waren die paar uurtjes nachtrust echter niet al te diep. Rond elf uur ‘s voormiddags stonden we dan maar weer op, tijd voor die tweede wandeling heen en terug naar de auto. Het was warm en zonnig en zweetdruppels volgden elkaar in ijltempo op. Iets voorbij het middaguur was alles en iedereen aanwezig in ons tentencirkeltje. Een stevige spaghetti als middagmaal, en dan naar de weide. Ik stak mijn poncho in een van mijn broekzakken, want die avond zou het gaan regenen.

Omdat er geen al te grote interesse was in de spelende groepen, bestonden de eerste uurtjes op de festivalweide uit verkennende wandelingetjes en vanuit de verte enkele liedjes van diverse groepen meepikken. Ik liet me met plezier natspuiten door talrijke waterpistooltjes en was maar wat blij toen compagnon Jannes zijn gewonnen Win For Life-petje aanbood. De wens naar een verfrissende bui was niet veraf.

De drie laatste groepen op Main Stage waren onze favorieten. Omdat Skunk Anansie altijd een spektakel is, zakten we al voor haar optreden af naar het podium. De groep voor Skin en de haren was zelfs nog bezig, maar dat wist ons niet te boeien, zo bewees een stevige dut.

Lui en languit op de grond lagen we te wachten tot Skunk Anansie zou beginnen. Hoe zouden we de rest van de avond aanpakken? Tijdens of na Skunk Anansie een frietje eten en dan stilaan naar voor, om zeker bij de Foo Fighters helemaal vooraan te staan? Het was tenslotte van januari 2006 geleden dat ze nog in’t land waren, en de mensen kennen mij – en compagnon Jannes – niet voor niks als superfan(s). Ergens tussendoor wou ik ook nog een sanitaire stop ingelasten, want ik ben niet iemand die het met een volle blaas uren in een mensenmassa uithoudt.

Skunk Anansie begon te spelen, en omdat het stevig bleek te rocken, veerden Jannes en ik recht. Pukkelpop 2011 was bij deze voor ons pas echt van start gegaan. Nu nog dat beloofde onweer doorstaan en dan wachten op de headliner. Op de smartphone keken we naar de buienradar, maar daarop bleek de neerslag boven ons land reuze mee te vallen.

Na enkele liedjes begon de luchtkleur in de verte te veranderen. Onheilspellende donkerte. ‘Daar is het onweer’, begonnen we alvast te zuchten. Gelukkig hadden we onze regenbescherming bij. We keken nog eens op de buienradar, en daarop zagen we inderdaad enkele buiten. ‘Enkele stevige buien en hopelijk droog tegen het begin van de Foo Fighters’, kruisten we onze vingers.

Naarmate het concert vorderde, werd de onweerslucht donkerder, dreigender en leek het onheil steeds minder veraf. We (rode bol) bevonden ons op de weide voor de Main Stage, ergens halverwege tussen de bomenrij en de ijzeren dranghekken (rode lijn) die het publiek middendoor deelden. Rechts van ons was de lucht groengrijs, achter ons donkerblauw.

Kaartje

De eerste druppels vielen omstreeks 18 uur op de weide. Rap de poncho aan en even de buien doorstaan. Veel regenen deed het echter niet. De lucht was donker, het bliksemde in de nabijheid, maar de neerslag bleef grotendeels uit. Na enkele minuten werd het zelfs even opnieuw volledig droog. ‘Was dat het dan?’ Ik vond het zelfs even niet meer nodig om mijn poncho aan te houden.

De droogtevreugde was echter van korte duur. Nauwelijks enkele minuten later begon het opnieuw te regenen. ‘En nu serieus’, moet men daarboven gedacht hebben. De sluizen gingen volledig open en de poncho kon niet rap genoeg rond mij zitten.

Jannes en ik stonden nog steeds halverwege tussen de bomen en de dranghekken. Het goot liters, en we vroegen ons af of we niet moesten gaan schuilen. Dat deden we echter niet, want we waren voorzien van regenkledij, en dat kon niet van iedereen gezegd worden – de schuilplaatsen waren voor hen.

In een eerste fase was het balen. We stonden daar maar wat te staan in de gietende regen, voelende hoe onze schoenen en onderbenen in een mum van tijd doorweekt geraakten. ‘Dat het maar vlug voorbij is’, klaagden we.

In een tweede fase volgde gelatenheid. Lijdzaam ondergingen we ons nat lot. ‘Zie ons hier nu staan! Twee verzopen soepkiekens bijeen!’, en we lachten wat met elkaar. Omstaanders leek het ook niet al te veel te deren. Sommigen dansten nog net zo hard, of zelfs harder, op de muziek die Skunk Anansie, zelf heel wat podiumnattigheid trotserende, bleef spelen. Voor steeds meer mensen bleek het echter onaangenaam te worden, dus steeds meer mensen gingen op zoek naar schulplaats.

Na enkele minuten brak fase drie echter aan, en dat was een fase van paniek en akeligheid. Het begon ineens heel hard te waaien, en we voelden vanalles op onze ruggen neerkletteren. Als we achter ons keken, zagen we dat uit de bomenrij achter ons heel wat fijne en minder fijne takjes aan het loskomen waren, die vervolgens op de mensenzee geblazen werden. De hele omgeving was donkergroengrijs geworden en het begon harder en harder te regenen.

Jannes en ik keken nog enkele keren naar elkaar en begrepen van elkaar al snel dat geen van beiden wist wat ‘ie moest doen. Het begon steeds harder te waaien en de loskomende takken werden steeds groter.

Ineens voelden we een heel ander soort getik op ons lichaam: het begon te hagelen. Hagelbollen ter grootte van een knikker werden met de nog steeds briesende windvlagen over het publiek gestrooid. Op dat moment kwam een oerinstinct naar boven. Het werd ieder voor zich.

Ik vluchtte voorwaarts, weg voor de neerkomende takken, inmiddels met mijn voeten tot aan de enkels in het water. Jannes zag ik nergens meer, en achterom kijken om hem te zoeken, was onmogelijk door takken en hagelbollen die kwamen aangevlogen.

Er stond ergens een tiental mensen opeengepakt onder een zeil. Me daar nog onder wurmen was onmogelijk, maar ik ging er zo dicht mogelijk naast staan, en hurkte neer, in de hoop op die manier toch een klein beetje beschut te zitten tegen de projectielen. Het hielp niet echt.

Het water bleef stijgen, dus ik liep nog enkele meters verder naar voor om op de stalen steunvoeten van de dranghekken te geraken. Ook daar hurkte ik mij neer, met mijn rug richting bomen en onheil. Ik probeerde mezelf zo klein mogelijk te maken, om zo weinig mogelijk oppervlakte te hebben waar takken en hagelbollen op zouden kunnen terechtkomen.

Schuilen

Minutenlang heb ik daar zo gezeten, midden in een ware apocalyps. Er zat niks anders op dan de pijn te doorstaan en te hopen dat de hagelbollen niet veel groter zou worden. Ik had mijn oordoppen nog in en ik leek wel in een kokon te zitten. Ieder voor zich en ik voor mezelf. Ik hoopte dat iedereen die ik er kende, ongedeerd was, maar besefte inmiddels maar al te goed dat er op dat moment slachtoffers vielen.

Na enkele minuten klaarde het op. De hagel was verdwenen, de wind ging liggen en het regende nog zachtjes na. Maar ook daar kwam spoedig een einde aan. Ik richtte me op en kon voor het eerst de schade opmeten. In de verte zag ik dat er een metershoge metalen stelling met een HUMO-vlag omvergewaaid. Bijna de hele weide stond onder minstens vijf centimeter water.

Humo

Ik keek rechts achter mij en zag dat de proximus-stand gedeeltelijk was bezweken onder een zware tak. Ik ging even kijken en zag dat er zich nog heel wat mensen ongedeerd in de stand bevonden. Ik ging er nog even vanuit dat de menselijke schade beperkt was gebleven.

Proximus

Ik probeerde mensen te bereiken, maar dat was verre van vanzelfsprekend. Aan mijn compagnie liet ik weten dat ik oké was en ik vroeg hen naar een stand van zaken. Aan het thuisfront liet ik weten dat ik ongedeerd was, en dat men mij van nieuws op de hoogte mocht houden.

Ik zag dat er nog relatief weinig volk op de weide aanwezig was, en wou van die gelegenheid gebruik maken. Ik haastte me naar de toiletten en zou nadien zo dicht mogelijk voor het hoofdpodium gaan staan – de Foo Fighters zouden die avond immers nog spelen.

Aangekomen bij de toiletten, schrok ik van de schade. Er lag een halve boom dwars over de ingang van de toilettenhoek, en ik werd met mijn neus op de realiteit gedrukt. ‘Als hier iemand liep, heeft die het niet overleefd’, dacht ik, en van mijn relativering van enkele minuten eerder was geen spoor meer te bekennen. Op dat moment hoorde ik bovendien ook ‘uit de weg!’ schreeuwen, waarna er iemand door vier helpers per brancard het terrein uitgedragen werd.

Toiletten

Ik ging naar een toilet en rende daarna richting Main Stage, deels in ijdele hoop dat er nog iets te zien zou zijn, deels om mezelf geïnformeerd te krijgen. Ik stuurde al mijn kennissen een sms om te zeggen waar ik stond en stelde alle sms’ers gerust die me vroegen of ik ongedeerd was.

Ik was spoedig op de hoogte van de whereabouts van iedereen. Jannes zou me komen opzoeken, en slaagde daar iets later ook in, Remko was ongedeerd en stond bij een voedselkraam, en Tom en de zijnen gingen naar de camping om daar de schade op te meten.

Jannes en ik verbleven de komende uren op nog geen tien meter van het hoofdpodium, dichter dan we in goede omstandigheden wellicht ooit waren geraakt. Op officiële verklaringen was het heel lang wachten. Na zo’n anderhalf uur kwam Luc Janssen voor het eerst op het podium met een mededeling die ons eigenlijk niks wijzer maakte. Het thuisfront hield ons veel beter op de hoogte, al dat het met variërende informatie. Het drama was inmiddels op alle televisiezenders te zien.

De eerste berichten over doden kwamen toe. Alles werd relatief. We zouden topgroepen missen, maar we waren tenminste ongedeerd. Van de organisatie kregen we lange tijd niet meer dan een beker soep, al was dat natuurlijk welgekomen, nat en verkleumd zijnde.

Ergens tussendoor kreeg ik van Tom het veelzeggende bericht ‘we hebben geen tent meer’. Dat was slikken. Had ik nog wat waardevols in de tent liggen? Enkel mijn autosleutels, de rest had ik op zak. Toen me gemeld werd dat die teruggevonden waren, was ik gerustgesteld. Wat konden mij mijn luchtmatras, slaapzak en eetvoorraad nog schelen?

Na een eerste mededeling dat er misschien nog wat zou komen op het hoofdpodium, kwam de tweede mededeling: alles voor donderdag was afgelast. We konden aan onze toch richting camping beginnen. Het miezerde nog af en toe, maar veel deerde dat niet, aangezien we toch al tot onze enkels in het water en in de modder wegzonken.

Op onze aftocht aanschouwden we hallucinante taferelen. Bomen waren afgebroken, takken lagen overal, tenten waren ingestort, stellingen lagen omver, overal lag water en modder, enzovoort. Het was een inferno, en we mochten dankbaar zijn dat we ongedeerd waren, heel wat anderen hadden minder geluk gehad.

Boom

Vlaggen

Na een lange en vermoeiende wandeling richting de tent, konden we inderdaad niks anders doen dan vaststellen dat die inderdaad naar de vaantjes was. Ter plaatse blijven was die nacht niet echt een optie meer. Het plan om de avond zelf nog naar Gent terug te keren, werd op dat moment definitief. Nog even in de ruïne duiken, op zoek naar gerief dat nog te recupereren was, en we konden opnieuw de tocht richting auto aanvatten.

Voor Jannes was het nog een tijd zoeken naar zijn jongere broer, maar ook die bleek oké. Tom was duidelijk aangeslagen, maar zou de nacht wel nog op de camping doorbrengen, in een tent van buren die naar huis waren gegaan. Ik ging er op dat moment nog van uit dat vrijdag en zaterdag nog wel zouden doorgaan, en overweegde dan ook om die dagen nog terug te keren. Maar op dat moment wou ik naar huis, even weg van alle miserie.

De wandeling naar de auto was lang, traag en moeizaam. Ik kocht mij onderweg nog een hamburger en propte die naar binnen. In de verte zag ik het opnieuw bliksemen en ik hoopte nog voor de tweede laag in mijn auto te zitten, maar dat lukte niet. De laatste honderden meters, in looppas, waren opnieuw in de gietende regen.

Iets voor een uur ‘s nachts zaten Jannes, zijn broer, een vriend en ikzelf eindelijk in de auto. De toch naar Gent kon eindelijk beginnen. Rond half drie kwam ik toe bij Julie, en zelden was het weerzien zo hartelijk. Ik kroop onder de lakens om uren nadien wakker te worden met een aantal sms’en die me informeerden dat het volledige festival afgelast was.

Wat een muzikale droom had moeten worden, is op een nachtmerrie uitgedraaid. ‘Chaos’, ‘paniek’ en ‘ramp’ zijn woorden die niet ten onrechte gebruikt werden in de media. Ik hoop dat ik zoiets nooit meer hoef mee te maken, want het was op bepaalde ogenblikken zeer eng.

Bij deze ook van mij via deze weg een steunbetuiging naar de slachtoffers.





Towards the sun

1 08 2011

Op dagen als vandaag, als het weer en mijn werkrooster het toelaten, rijd ik zowel naar mijn werk als terug naar huis met een zonnetje in het gezicht. Bril op en zonneklep naar beneden en het is iets om vrolijk van te worden, ook al heb je weinig geslapen of een heel vermoeiende dag achter de rug.

Op mijn werk gaat alles prima. Ik word in tweeën gedeeld tussen dat ene ding waarover ik nog steeds niet echt iets kan vertellen en anderzijds onlinejournalistiek. Vandaag heb ik meer artikels geschreven dan ooit tevoren. Dingen die op De Standaard Online met ‘rdc’ ondertekend worden, zijn van mijn hand afkomstig.

En voor de rest loopt alles ook op wieletjes. Julie en ik vonden twee weken geleden eindelijk een woonst om vanaf september te betrekken: een ruim studiootje in het Gentse. We kijken er naar uit en vullen auto’s en garages alvast met spullen om ons stulpje in te richten.

Alleen had ik graag wat meer tijd gehad om mijn muzikale honger te stillen. Een duomuzikant als ik speelt al graag eens een liedje, maar daar komt de laatste tijd jammergenoeg niet veel meer van in huis. Ik vestig mijn hoop op het verhuizen van mijn gitaar naar de studio. Wat ik met mijn drum zal doen, weet ik nog niet, maar ooit vind ik daar nog wel een oplossing voor. Hoop ik.





Cactusfestival 2011

10 07 2011

Nauwelijks een week na het vorige, is mijn tweede festival van deze zomer een feit. Binnen iets meer dan een maand staat mijn derde en laatste festival op het programma, maar nu sta ik even stil bij een voor mij uiterst geslaagd Cactus 2011!

Er moesten op het laatste nippertje nog heel wat voorbereidingen getroffen, dingen gekocht en zaken geregeld en afgesproken worden, en er ontstond her en der misschien wel wat ergernis toen respectievelijk de eerste, de tweede en dan ook nog de derde ‘deadline’ faalden, maar uiteindelijk vertrokken we ruim op tijd. We waren misschien niet de vroegsten om in Brugge aan te komen, maar we waren vroeg genoeg.

Voor iemand die Werchters en Pukkelpops gewoon is, is Cactus even wennen. Mijn auto kon ik gewoon aan de kant van de weg parkeren, op nog geen honderd meter wandelen van de ingang van de camping. Die camping was bovendien amper een half voetbalveld groot, en het duurde dan nog twee dagen alvorens dat halve veld ‘vol’ stond. We kozen een mooi plekje uit voor onze tenten, instaleerden ons en waren rond 17u00 klaar om naar de festivalweide te vertrekken.

Het enige ‘Cactusding’ dat andere festivals wist te overtreffen, was de wandeling tussen camping en festivalweide. Gelukkig maakte mijn compagnie daar een wandeling van niemendal van. Het iets te late vertrek en de iets te grote mensenmassa aan de ingang, zorgden ervoor dat we Lady Linn en haar ongelofelijke zeven niet konden meepikken.

Bij Kate Nash stonden we echter wel in het publiek. Overweldigen kon ze me niet, tenzij met haar schreeuwcapaciteit. Haar energie is bewonderenswaardig en het siert haar dat ze vrouwen aanmoedigt om een muziekinstrument op te rapen, maar het einde van haar optreden vond ik eerder welgekomen.

Tijd voor Isolde Campbell en vooral Mark Lanegan, een stem waar ik al jaren naar uitkeek. De stem stelde me allerminst teleur, er blijft iets bovenaards magisch aan. Een terloopse opmerking van een compagnon motiveerde me om in de man zijn levensverhaal te duiken: volgens mij een serieus inspirerend iets.

Het volgende optreden was er een van KT Tunstall, en ook dat was een hoogtepunt. Zij weet hoe je een feestje moet bouwen en kon bovendien terugvallen op meer hits dan ik gedacht had. Enkele heupwiegjes vielen rond mijn en Julies middel waar te nemen.

Afsluiter Bryan Ferry volgden Julie en ik vanop de achtergrond. Na een heerlijk romantische slow op Slave To Love, kozen we ervoor om de teruchtocht richting camping aan te vatten. Het miezerde en we wouden in onze tent zijn voor het erger werd. Gelukkig werd het niet erger, maar beter, en konden we er op de camping nog een gezellig nachtelijk uurtje-rond-de-theelichtjes van maken met de compagnie.

Na een behoorlijk typische festivalnacht – kort, lawaaierig en een schrik van ‘hopelijk valt niemand op mijn tent’ – was het rond 10u00 al ontbijten geslagen. Een dik uur later arriveerde de rest van de compagnie en iets voorbij de middag, na heel wat culinair improviseren, konden we opnieuw richting festivalweide trekken.

Het weer was de tweede dag al een pak beter dan de eerste, dus ik liep rond in mijn marcelleke. Op een gegeven moment maakte Julie mij echter attent op vuurrode schouders, waarna ze me tot t-shirtdragen verplichtte. Daarnet thuisgekomen, gedoucht en in de spiegel kijkend, besefte ik pas ten volle hoe erg het was. Het zal mij leren, te denken dat het Belgische zonnetje niet zoveel kwaad kan.

Pas naar het einde van het optreden van Cold War Kids kwamen we de weide op, maar bij het aanhoren van de muziek, bleek dat geen minuut te vroeg. Ik kwam vooral voor Triggerfinger, over wie ik al zo veel goeds had horen vertellen, maar wie ik nog nooit live had gezien. De aanvang verzonk wat in een organisatorische chaos, maar het trio wist me snel in hogere rocksferen te brengen. Jammergenoeg besloot een leeghoofdige baviaan daar prompt een einde aan te maken door een extreem ongepast crowdsufrmoment te beëindigen met zijn scheenbeen op Julie’s neus. Sommige mensen bewijzen door hun bestaan dat we allen afstammen van apen.

Gelukkig wist de EHBO-tent en een lekker theetje in de waterpijpstand de sfeer er opnieuw in te brengen. Rond 21u30 begaven we ons opnieuw in het publiek, deze keer voor Hooverphonic. Ik begon aan dit concert met heel wat scepsis, maar op het einde was ik vol bewondering. Het was een meer dan geslaagd optreden. Die nieuwe kan een eindje zingen, het zijn allemaal muzikanten van jewelste en het optreden bevatte meerdere heerlijke momenten. Ten eerste was daar een cover van Comme d’habitude door Cédric Murrath. Het bewoog mij nagenoeg tot tranen, diep verzonken in de armen van mijn geliefde. Een volgende hoogtepunt was het ‘slotlied’, dat versterkt werd door de mannen van Triggerfinger en totaal ontspoorde in muzikale chaos. En dat heb ik graag.

Voldaan gingen we naar dezelfde plek als de avond voordien om met een warme wafel naar Lamb te kijken. Het viel tegen, dus lang bleven Julie en ik niet plakken. Op de terugweg werd mijn buik geteisterd door dingen waar ik u geen beschrijving van zal geven, en een herhaling van het avondje-rond-de-theelichtjes was geen echt succes. Desalniettemin kroop ik voldaan onder mijn slaapzak, dicht tegen mijn geliefde.

Het was een vreselijke nacht. Enkele intellicueel serieus minderbedeelden besloten tot vijf uur ‘s ochtends achterlijk luide dierengeluiden te maken en zo’n vier uur later was de gehele camping al opnieuw wakker. Vier uur slaap dus, als het al zoveel was. Omdat ik op zondagavond moest werken, kon ik maar twee van de drie dagen naar het festival. Na een ware strijd met mezelf om wakker te worden, kon ik er gelukkig nog een aangename campingvoormiddag van maken, alvorens ik vanuit Brugge helemaal naar Brussel moest rijden.





#RW11

1 07 2011

Ik ben het grondig oneens met mijn werkgever. Ik ging gisteren voor één dag naar naar Rock Werchter 2011 en één van mijn vaststellingen is dat de reporter lang niet altijd gelijk heeft.

Woensdag moest ik nog werken, opnieuw de late shift. Iets over middernacht kon ik vertrekken richting Brussel Noord om daar mijn Werchtercompagnie op te pikken. Rond half drie ‘s nachts kwamen we aan en rond zeven uur waren we geïnstalleerd en uitgeladen. Het was mijn zevende keer Rock Werchter en mijn tiende festival in totaal. Jammergenoeg kon ik deze keer maar één dag gaan, en was het dus geen grootschalige viering. Alhoewel…

Een belangrijke reden voor het eendagsbezoek, was de affiche. De namen van vrijdag tot zondag konden me niet genoeg overhalen om er het nodige geld voor uit mijn portefuille te graaien. Het geld voor donderdag werd echter met veel plezier gestort. Absolute toppers zouden Queens of the Stone Age en Linkin Park zijn, maar de dag bood nog wel wat meer.

Rond half drie betraden mijn compagnie en ikzelf het terrein. Nog een half uurtje tijd om even rond te lopen en bonnetjes te kopen. Daar hadden we echter blijkbaar meer dan een half uur voor nodig, want toen we ergens in een uithoek bij een kraampje stonden, weerklonk de start van Rock Werchter 2011 op de Main Stage. Wij daarheen, maar dat was verloren moeite. Halfweg het tweede liedje van OFWGKTA – enkele uren verkeerdelijk betiteld als ‘diene groep met een Q in’ – kon het toeschouwen beginnen, maar het duurde niet lang alvorens de algemene indruk gezet was: What. The. Hell. We braken ons hoofd over de waaromvraag van deze act en bedachten een behoorlijk plausibele verklaring: al het geld was naar de grote acts gegaan en op het einde had men nog slechts €50,- over, wat blijkbaar genoeg was voor deze clowns. Underground hip hop? Blijf maar underground, jongens.

De tweede artiest was gelukkig al direct iemand naar wie ik uitkeek: Seasick Steve. Twee jaar geleden, kort nadat ik hem en zijn levensverhaal leerde kennen, had ik hem al eens op het zelfde podium bezig gezien en ook nu wist ik het optreden zeer te smaken. Hem niet sympathiek vinden, gaat gewoon niet, en eenieder met een hart voor blues vindt Seasick Steve geslaagd. Bovendien had hij niemand minder dan John Paul Jones mee als gelegenheidsbassist, wat het optreden uiteraard meer goed dan kwaad deed.

The Hives waren als derde aan de beurt. Jammergenoeg liep hun optreden parallel met de eerste regenbuien. Ze waren behoorlijk goed, maar ook niet meer dan dat. Het zal wel aan het weer gelegen hebben, en aan het feit dat ik ze nu al enkele keren gezien heb en enkele van hun albums grijs gedraaid heb, maar het is tijd voor meer vernieuwing dan enkel de garderobe.

Voor de Hollandse rockchick Anouk was de hemel opnieuw opgeklaard. Ik keek vooral uit naar het gitaarwerk van de leadgitarist, want die man kan ongelofelijk goed spelen. Laat het echter net hij zijn die me een beetje teleurstelde. Hij speelde goed, dat wel, maar het bovenmenselijke niveau dat ik van hem gewoon ben, werd niet benaderd. Desalniettemin was het een goed optreden. Ik ben niet beschaamd om te zeggen dat ik Anouk wel smaken kan – en dan heb ik het over de muziek.

Voor mijn eerste hoogtepunt, Queens of the Stone Age, stonden we alvast flink vooraan, enkele platgedrukte ledematen om de voorste barricade door te geraken ten spijt. Voor dit optreden heeft de reporter het wel bij het rechte eind. Een steengoed en typisch QotSA-optreden, meer valt daar niet over te zeggen. Behalve misschien dat de honger naar nieuw werk nu inderdaad wel erg groot begint te worden.

En dan was het aan de act waar ik al heel lang naar uitgekeken had. Veel landgenoten, trouwens, want het was van 2001 geleden dat ze hier speelden: Linkin Park. Ik vind dus dat de reporter hier foute dingen schrijft, en wel hierom: er waren maar weinig “mindere” momenten, en da’s dan nog een kwestie van smaak. Voor mij persoonlijk was dat hun nieuwste werk of enkele experimentele, elektronische interludes. De algemene sfeer tijdens het optreden was geweldig. Het publiek sprong, danste en zong zo hard het kon, net als ik, wat mijn stembanden zullen beamen. De interactie met het publiek was eveneens geslaagd, met bijvoorbeeld excuses voor de lange afwezigheid en een minutenlang afscheids- en bedankmoment. Er werden heel wat hits gespeeld en dat werd in dank aanvaard. Deze clowns, beste reporter, zijn stuk voor stuk uitmuntend in wat ze doen, en dat u na afloop van het optreden toe was aan sterke drank, zegt wellicht meer over u dan over het optreden. Al is uw mening u gegund, want het is ten slotte allemaal een kwestie van smaak.

Omdat het direct na afloop van Linkin Park opnieuw wat begon te regenen, lieten we het optreden van The Chemical Brothers, van wie ik sowieso niet echt fan ben, links liggen. Die twee liedjes die ik nog wel te pruimen vind, hoor ik nog wel eens op de radio.

Het waren 76 goed geïnvesteerde euro’s. Een blinkende Main Stage, aangevuld met een leuk weerzien met enkele long-time-no-see‘ers, heel wat ongezond eten en simpele klap, bezorgden mij een leuke donderdag. Het enige wat ik echt wel nog jammer vind, is dat ik Iron Maiden zal missen. Hopen dat die oude rotten nog een paar jaar meegaan en nog eens ons landje bezoeken. Triggerfinger zie ik binnenkort, Kaiser Chiefs, Kings of Leon en My Chemical Romance heb ik al gezien, en voor andere groepen vond ik het gewoon te veel geld, of ik ben er gewoon niet echt fan van.





r.i.p. Big Man

19 06 2011

The Big Man is niet meer. Clarence Clemons, saxofonist van de E-Street Band, de band waarmee Bruce Springsteen ontelbare avonden zalen overal ter wereld plat speelde met het beste wat rock ‘n roll te bieden heeft, bezweek vorige nacht aan de gevolgen van de beroerte die hij eerder deze week kreeg. Het raakt mij diep. Vanaf het moment dat ik Bruce en de zijnen leerde kennen, had ik diep respect en veel bewondering voor de minister of soul en de secretary of the brotherhood. Zijn passages en solos bewogen me nagenoeg elke keer bijna tot tranen, en dat zal de eerstvolgende keren zeker niet anders zijn.

Ik wil hier geen biografie neerschrijven van de man, de legende, het icoon, evenmin een analyse van elke noot die hij ooit speelde. Ik wil enkel een laatste groet brengen…

Clarence, you will be missed, but you will be remembered in the heart of every decent musician, in the hearts of everyone with a passion for the right music, and in the heart of rock ‘n roll.

Ik beschouw het als een voorrecht hem in 2008 nog twee keer te hebben kunnen zien spelen. Er ontstaat een leegte in elk rock ‘n roll-hart, maar een dat opgevuld kan worden met een breed arsenaal aan muzikaal vakmanschap. Maak het stil, sluit de ogen en luister met me mee naar wat vanaf nu helaas gemist moet worden in The Ministry of Rock ‘n Roll.





TDSC – Day 23 ’till 30

27 04 2011

Het heeft mij nu wel lang genoeg geduurd. Sta mij toe de resterende challenges in één keer af te haspelen.

day 23 – a song that you want to play at your wedding

Door omstandigheden en gebeurtenissen hang er rond onderstaand nummer een serieus romantisch geurtje, dus het mag wat mij betreft zelfs als openingsdans gedraaid worden, zij het misschien eerder in een akoestische versie:

day 24 – a song that you want to play at your funeral

Momenteel heb ik niet echt een voorkeurslied voor op mijn begrafenis, maar ik herinner me dat ik jaren geleden en jarenlang dit nummer op mijn begrafenis gewild heb:

day 25 – a song that makes you laugh

Niets boven een goeie ouwe Zappa om een lach op mijn gezicht te toveren:

day 26 – a song that you can play on an instrument

Ik kijk er serieus naar uit om dit nummer binnenkort nog eens live te horen spelen. Op 3 mei zal de kans klein zijn, aangezien ze touren met hun eerste album, maar op Rock Werchter zal het er wel boenk op zijn. Sta mij toe te stoefen – want ik ben er trots op – met de mededeling dat ik dit nummer – al heeft het tijd gekost – kan drummen:

day 27 – a song that you wish you could play

Reeds lang voor ik het mijn doel maakte om bovenstaand nummer ooit te kunnen drummen, zat ik al te dromen om ooit onderstaand nummer te kunnen spelen op gitaar. En dat doe ik nog steeds.

day 28 – a song that makes you feel guilty

Het lezen van deze challenge heeft me serieus de wenkbrauwen doen fronsen. Na wat nadenken heb ik het gedefinieerd als zijnde “een lied waar je stiekem graag naar luistert, maar als iemand je op dat luisteren betrapt, vult je lichaam zich met een zeker schaamte- en/of schuldgevoel”. Mooi gedefinieerd, al zeg ik het zelf. Eigenlijk is dit dezelfde vraag als op dag 13. Men vraagt mij dus om me nog een tweede keer belachelijk te maken. Het zij zo, en dan maar met dit nummer:

day 29 – a song from your childhood

Ik moet bij deze challenge meteen aan twee nummers denken. Het eerste dateert van tussen pakweg mijn zesde en mijn twaalfde levensjaar en het tweede van enkele jaren nadien.

Bij ons thuis wordt er al eens een jazz-CD gedraaid. Dat was vijftien jaar geleden niet anders. Er was één specifieke CD, waarvan ik me helaas de titel niet meer herinner, die zeer regelmatig gedraaid werd. Bovenstaand lied stond op die CD, en dat lied werd ook gebruikt om te verwijzen naar de CD: “leg nog eens die CD op met dat liedje van young young man”. Een lied uit mijn jeugd dat me doet terugdenken aan een CD uit mijn jeugd die paste binnen de muziek uit mijn jeugd.

Mijn tweede aan-een-lied-gekoppelde jeugdherinnering is het lied dat ik volgens mij het meest op een CD-R gebrand heb. Ik heb het over de laten jaren negentig, en het downloaden kende zijn intrede. Het is vandaag ondenkbaar geworden, maar toen was het voor mij telkens een klus om twaalf nummers te vinden waarmee ik een CD-R kon vullen. Bijgevolg werden verschillende nummers, met Coolio als absolute nummer 1, herhaaldelijk gebruikt om opeenvolgende CD-R’s gevuld te krijgen.

day 30 – your favorite song at this time last year

Zeer recent werd dit nummer, om een reden die me nog niet helemaal duidelijk is, mijn tijdelijke favoriet:





TDSC – Day 22

23 04 2011

day 22 – a song that you listen to when you’re sad

Vandaag woonde ik de begrafenis van Gustaaf Cneuvels – Staf – bij. Het was een mooi afscheid, de krijger waardig, maar jammer dat hij zo vroeg moest gaan. De stemming van vandaag past dus goed bij de challenge van vandaag. Welk liedje zou ik nu willen opleggen? Welnu, als ik sad ben, dan wens ik, meestal toch, een muziekje dat me opbeurt:

Heel soms, echter, wil ik de droefheid die in me ronddwaalt nog wat extra voeden door bepaalde muziek… Dat kan met het liedje van dag 4, maar zeker niet minder met deze parel:





TDSC – Day 21

22 04 2011

day 21 – a song that you listen to when you’re happy

Flogging Molly maakt leuke muziek. Flogging Molly maakt happy muziekIk luister graag naar Flogging Molly als ik happy ben. Naar dit nummer, bijvoorbeeld:





TDSC – Day 20

21 04 2011

day 20 – a song that you listen to when you’re angry

There’s something about heavy shredding and double pedals that calms me down…








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.